Cardoner, tijdschrift voor ignatiaanse spiritualiteit
/ Uncategorized / Amoris Laetitia – onderscheiding in de praktijk

Amoris Laetitia – onderscheiding in de praktijk

Redactie Cardoner on 12/11/2019 - 6:29 pm in Uncategorized

door Hans van Leeuwen S.J.

 Voor veel mensen is het niet gemakkelijk om vat te krijgen op de visie of inspiratie van paus Franciscus. Hij lijkt daarin niet altijd consistent. Soms lijkt hij duidelijk te weten wat hem als doel voor ogen staat, maar even vaak is het alsof hij aarzelt. Hij houdt de pas in, tast niet door maar wacht geduldig. Eén ding is zeker: Franciscus is de eerste jezuïet die paus geworden is – hij is gevormd door de ignatiaanse spiritualiteit. Op zoek naar zijn inspiratiebron ligt het voor de hand bij die spiritualiteit te rade te gaan.

Om aan te geven wat hij als zijn weg en die van de kerk ziet, gebruikt Franciscus zelf voortdurend het woord onderscheiding. Voor Ignatius was dat een centraal begrip. Leven is keuzes maken en onderscheiden is je geloof laten meespreken bij het maken van keuzes door biddend te verwijlen bij de Levende Heer. Aandacht voor je binnenkant is belangrijk: Wat beweegt mij? Wat brengt mij dichter bij de bedoeling van God? Wat geeft mij het gevoel op de goede weg te zijn? In twee apostolische exhortaties omschrijft Franciscus hoe onderscheiding zijn visie en handelen bepaalt: Evangelii Gaudium (EG) en Amoris Laetitia (AL).

 Evangelii Gaudium: de theorie van de onderscheiding

EG is als het ware Franciscus’ visitekaartje, waarin hij zijn visie op de kerk uiteenzet: een gemeenschap van gelovigen die voortdurend in onderscheiding is. Hij hoopt op een kerk die geen monolithisch blok is, maar daarentegen steeds in staat is te veranderen, zich te hervormen, wat betreft haar gewoonten, taal en kerkelijke structuren. Niets in de kerk mag zo zijn omdat het altijd zo gedaan is. Franciscus nodigt allen uit moedig en creatief te zijn in de taak om doelstellingen, stijl en methoden van evangelisatie opnieuw te overdenken.

Daarom is het nodig, zonder iets af te doen aan de waarde van het evangelisch ideaal en met barmhartigheid en geduld, de mogelijke groeifasen te begeleiden van mensen die zich van dag tot dag vormen. De kerk zou een open huis moeten zijn waarbij voortdurende onderscheiding leidt tot een missionaire dynamiek die allen zonder uitzondering bereikt. Het evangelisch ideaal en uitgangspunt blijven de rots waarop de kerk gebouwd is. We mogen nooit minder dan dat aanbieden, maar moeten tegelijk gevoelig blijven voor datgene waartoe de Geest ons uitnodigt.

Amoris Laetitia: de praktijk van de onderscheiding

EG en AL horen bij elkaar, als visie en in praktijk gebrachte visie. Als in EG de visie op de kerk door Franciscus is verwoord, laat hij in AL zien hoe dat in praktijk gebracht zou moeten worden en wat de consequenties daarvan zijn. Hoe ziet de werkelijkheid van de onderscheidende kerk er uit? Wat gebeurt er in de kerk als zij werkelijk een gemeenschap van gelovigen is die de geloofsweg onderscheidt?

Het lijkt de overtuiging van Franciscus dat de kerk zelf verandert als zij de weg van de onderscheiding durft te gaan. Onderscheiding is dan niet meer iets dat zich louter afspeelt tussen de individuele mens en zijn God. De kern van de onderscheiding vindt daar wel plaats en is onontbeerlijk voor iedere andere vorm van onderscheiding die daarop voortbouwt, maar de context van deze persoonlijke onderscheiding is veel weidser en kerkelijker.

Een onderwerp in AL dat verreweg de meeste aandacht heeft gekregen, is de wijze waarop de kerk omgaat met hen die na een echtscheiding een nieuwe relatie zijn aangegaan en daardoor niet meer ten volle deel kunnen nemen aan het sacramentele leven van de kerk. Deze grote aandacht is jammer, omdat daardoor de veel bredere boodschap van AL, over hoe de liefde en het leven in liefde de kern vormen van ons kerk-zijn, naar de achtergrond werd verdreven. Anderzijds is het wel precies deze kwestie die belicht wat onderscheiding met ons kerkelijk leven doet en hoe onderscheiding een belangrijk element van kerkopbouw kan worden.

Persoonlijke, pastorale en bestuurlijke onderscheiding

 Hoofdstuk 8 van AL voert een nieuwe term in: pastorale onderscheiding. Aangegeven wordt hoe mensen in de beschreven situatie begeleid kunnen worden. Van belang is een gewetensonderzoek van de betrokkenen: een bewustwording van de eigen situatie voor God, in alle eerlijkheid, zonder te verdoezelen maar ook met de mogelijkheid om te zien wat echt verlangd wordt. Welke omstandigheden bepalen de situatie? Wat is daarin onveranderlijk? Wat kan helpen? In deze persoonlijke onderscheiding gaat het er niet alleen om te erkennen of iets objectief al dan niet in orde is, maar ook om te herkennen: wat kan nu mijn edelmoedige antwoord zijn?

Een dergelijke persoonlijke onderscheiding vraagt om de begeleiding van wat AL noemt een pastorale onderscheiding. Daarin gaat het om “broosheid begeleiden, onderscheiden en integreren”. In de pastorale onderscheiding wordt de persoonlijke onderscheiding opengemaakt naar haar kerkelijke dimensie. Het doel is in dit geval zelfs om te zien in hoeverre een hernieuwde integratie in het kerkelijk leven weer mogelijk is. Zowel de persoonlijke als de pastorale onderscheiding hebben elkaar nodig. Als ze elkaar vinden is het een ideale (zij het nogal arbeidsintensieve) vorm van kerkopbouw. Zo iets moet Franciscus voor ogen staan, als hij de kerk ziet als een onderscheidende kerk.

Maar dat is niet het hele verhaal, want deze visie roept ook weerstand op. Aan het begin van AL zegt hij al: ik kies niet voor het pad van het “duidelijke antwoord”. Hij kiest ervoor te blijven onderscheiden. In AL gebuikt hij dat woord 71 maal. Hij blijft pleiten voor het nuanceren, afwegen, inschatten van situaties. Met als doel leven en geloof tot elkaar te brengen, met ruimte voor het geweten en voor Gods barmhartigheid. Dat maakt het voor mensen soms moeilijk om hem te (blijven) volgen. Voor hemzelf is er, denk ik, geen andere weg mogelijk als dit de vrucht is van zijn bestuurlijke onderscheiding.

Persoonlijke, pastorale en bestuurlijke onderscheiding – onderscheiding op alle niveaus van de kerk, een netwerk van onderscheiding: kortom, een levende kerk.

 

Hans van Leeuwen SJ  (*1934) was twee keer provinciaal van de Nederlandse jezuïeten.
Hij heeft grote ervaring in geestelijke begeleiding. 

 

Print Friendly, PDF & Email