Cardoner, tijdschrift voor ignatiaanse spiritualiteit
/ Jezuïeten - Geschiedenis van de Orde / Een voetnoot bij Pierre Favre

Een voetnoot bij Pierre Favre

Redactie Cardoner on 27/08/2016 - 8:17 am in Jezuïeten - Geschiedenis van de Orde

door Johannes J. Gerhartz S.J.

Jezuïeten doen een bijzondere gelofte van gehoorzaamheid aan de paus. Wie heeft dat als eerste voorgesteld? Zijn jezuïeten niet allereerst gesticht om Jezus van nabij te volgen?

Over Pierre Favre wordt de laatste jaren  veel geschreven, niet alleen door jezuïeten maar ook in vaktijdschriften. Dat komt door de snelle en zonder meer spontane heiligverklaring door paus Franciscus op 17 december 2013 (de zaligverklaring gebeurde in 1872 door Pius IX) en door de grote waardering voor zijn menselijke en geestelijke gaven die paus Franciscus heeft uitgesproken (bijvoorbeeld in zijn lange gesprek met Antonio Spadaro in augustus 2013 en in zijn preek op 3 januari 2014 in de Gesù). Ook pater Generaal sprak herhaaldelijk die waardering uit.

Het is niet nodig op dit alles terug te komen. Ik zou hier op een aspect van Pierre Favre willen wijzen dat bij mijn weten tot nu toe niet genoemd is: de grote en beslissende betekenis die Favre had voor de stichting en de vormgeving van de orde der jezuïeten en vooral heel concreet voor de vraag: Jeruzalem of Rome? – de heilige plaatsen waar de Heer leefde of waar de paus verbleef?

Waar gaat het om? Zo oud als zijn bekering tot Christus is, zo oud is ook voor Ignatius de aantrekkingskracht van de plaatsen in het Heilig Land waar de Heer leefde. Bij de Heer wil hij in zijn meditatie verblijven, nergens anders. Daarheen vertrekt hij eind februari 1522 vanuit Loyola. Ook na de tussenstop in Manresa, die een jaar duurde, met zijn ervaringen en verlichtingen, blijft voor Ignatius deze wil om naar Jeruzalem te gaan een roeping van Godswege; daar komt dan nog het voornemen bij “om daar ook de zielen te helpen”. En dat blijft zo, ook als het bevoegde gezag hem verbiedt in het Heilig Land te blijven en gedurende de tien jaren waarin hij studeerde. Dat was zo sterk dat Ignatius na zijn priesterwijding op 24 juni 1537 een jaar lang wilde wachten met het opdragen van zijn eerste heilige mis, om die zo mogelijk te kunnen vieren op de plaatsen waar de Heer leefde in het Heilig Land. Geen spoor te bekennen van de paus of Rome als plaats waar hij moest zijn – totdat in 1534 in de geloften op Montmartre van de zeven “vrienden in de Heer” Rome en de paus opduiken als een mogelijkheid die dan vijf jaar later werkelijkheid wordt.

Hoe is dat zo gekomen? Voor Ignatius was er een beslissende verandering opgetreden. Hij was niet meer alleen. Hij had in Parijs zes gezellen gekregen. Die hadden allen geleerd van hem en door het doen van de Geestelijke Oefeningen – zij hadden daarin ook vorderingen gemaakt, zoals hijzelf in geestelijk overleg en ervaring – de wil van God voor zichzelf en voor hun manier van leven te zoeken, te vinden en te doen. Wat zou er dan moeten gebeuren als onder de gezellen het ene inzicht tegenover het andere stond of de ene geestelijke ervaring tegenover de andere? En dat was precies wat er gebeurde. En dat ook nog met betrekking tot de vraag die voor hen allen fundamenteel was: “Waar en hoe zij God meer zouden kunnen dienen door hun naaste van nut te zijn” – zoals Polanco het later goed formuleerde. Sommigen wilden in Jeruzalem blijven “om bij de Heer te verwijlen” en om “onder de ongelovigen”, missionair dus, te werken. Anderen wilden wel naar Jeruzalem pelgrimeren, maar zich in hun “hulp voor de zielen” niet voor altijd tot het Heilig Land en de ongelovigen beperken.

De beraadslagingen van de gezellen in Parijs over hun gemeenschappelijk leven en werken duurden heel het jaar 1534. We kennen alleen het resultaat ervan: de gelofte op Montmartre. Daarin is zowel hun eenstemmigheid als hun verscheidenheid heel duidelijk. De gelofte behelst drie absolute beloften (te leven in armoede en zuiverheid; het heil van de zielen te dienen; naar Jeruzalem te trekken) en de belofte zich aan de paus te binden onder drie voorwaarden: als zij niet binnen een jaar naar Jeruzalem konden komen; of als zij daar niet zouden kunnen blijven; of als zij daar niet wilden blijven – “pas dan (tunc demum) beloofden zij zich aan de paus, de plaatsbekleder van Christus, aan te bieden, opdat hij hen daarheen zou zenden waar zij hun naasten tot Gods eer meer van dienst zouden kunnen zijn”. Dat is de oorsprong en de betekenis van de gelofte van bijzondere gehoorzaamheid aan de paus, die aanleiding werd voor de stichting van de orde en daarvan de “grondwet en het fundament” werd; of zoals Ignatius het formuleerde: “nuestro principio y principal fundamento”.

Hier komt tenslotte Pierre Favre aan het woord, de eerste en “stille metgezel” van Ignatius in Parijs en in 1534 de enige priester onder de gezellen. Hier wordt zijn betekenis voor de stichting en inrichting van de orde zichtbaar. De studie die ik voor mijn proefschrift deed, heeft mij duidelijk gemaakt: de bronnen die ons informatie geven over de wekenlange beraadslagingen over de (private) geloften in de kapel op Montmartre leveren op dat onder degenen die “in gebed bij de Heer” en om de zielen te helpen in Jeruzalem wilden blijven, zich Ignatius en met hem Franciscus Xaverius en Diego Laínez bevonden; degene die de hulp aan de zielen niet voor de lange duur tot het Heilig Land wilde beperken, was Pierre Favre. Zo kwam de voorwaardelijke pausclausule van de gelofte op Montmartre tot stand. Want Pierre Favre was van drie dingen overtuigd: het woord van de paus, de plaatsbekleder van Christus, was de “duidelijkste roeping” van de Heer; de paus weet het best “waar hulp het dringendst nodig is”; de paus is “de Heer van de gehele oogst (universae messis) van Christus”, die voor hen allen, afkomstig uit verschillende bisdommen, het gemeenschappelijk en wereldomvattend gezag van de kerk was.

De reis naar Jeruzalem mislukte; in het jaar dat de gezellen zich voorgenomen hadden deze reis te ondernemen (1537/38), voer er voor de eerste maal in honderd jaar niet één schip van Venetië naar Palestina. De belofte zich tot de paus te wenden werd toen van kracht. Op de weg naar Rome, in de kapel van La Storta, vlak voor de poorten van de stad, ontving Ignatius de troostvolle bevestiging dat zijn jarenlang gebed om bij de Heer Jezus te mogen zijn, verhoord was door God, de Vader en de Zoon: “Ik wil dat gij ons dient. Ik zal u in Rome genadig zijn.” Voor Ignatius en zijn “vrienden in de Heer” was Rome hun Jeruzalem geworden. De voorwaardelijke pausclausule van Parijs werd door de aanvaarding ervan door de paus en zijn zendingen als “vierde gelofte” van gehoorzaamheid aan de paus “met betrekking tot de zendingen” (circa missiones) tot “grondwet en fundament” van de orde van de “Sociëteit van Jezus”.

De auteur, de Duitse pater Johannes Gerhartz (1926-2016) studeerde naast filosofie en theologie kerkelijk recht. Hij had verantwoordelijkheden in het bestuur van de Orde in Duitsland, maar ook internationaal. Zo was hij provinciaal van de toenmalige Noord-Duitse provincie en secretaris van de Sociëteit van Jezus in Rome. Verder was hij rector van een aantal opleidingshuizen en gaf hij veel geestelijke begeleiding. Deze laatste activiteit had hij gemeen met Pierre Favre, van wie zelfs Ignatius de grote kwaliteiten als geestelijk begeleider bewonderde.   

                         uit: Jesuitenintern 1, maart 2014                                                        vertaling: Hans van Leeuwen S.J.

 

Print Friendly, PDF & Email