Cardoner, tijdschrift voor ignatiaanse spiritualiteit
/ Ignatiaanse spiritualiteit / Zelfs onder het werken contemplatief worden.

Zelfs onder het werken contemplatief worden.

Redactie Cardoner on 05/02/2009 - 4:10 pm in Ignatiaanse spiritualiteit

door  Wilkie Au.

“Contemplatief in de actie”: het is een kernidee van de ignatiaanse spiritualiteit. Maar wat er precies mee bedoeld wordt is niet zo eenvoudig te zeggen. Wilkie Au doet dit gegeven op een verfrissende en bevattelijke manier uit de doeken. De auteur is professor theologie en spiritualiteit aan de Loyola Marymount University in Los Angeles.

In Ignatius’ denken zijn dankbaarheid en liefde niet alleen motieven om te dienen, maar geven ze ook vorm aan de manier waarop wij dienen. In de meditatie over de oproep van de Koning worden we uitgenodigd om intiem met Christus samen te werken, overdag met Hem te zwoegen en ’s avonds het brood met Hem te breken. Met andere woorden, wil men volgeling zijn, dan brengt dit volgens Ignatius met zich mee dat we als partners onze vriendschap combineren met het samen verrichten van moeizame arbeid. In het ideale geval leidt volgens Ignatius het dienen tot een zo grote intimiteit met Christus dat we zij aan zij met Hem werken. Ignatius hoopt dat de overweging over de oproep van de Koning bij ons zal leiden tot een edelmoedig, door liefde bewogen antwoord op Gods minzame uitnodiging tot intieme samenwerking (Geestelijke Oefeningen, 97).

Beschouwing om tot liefde te komen

Ignatius zag geestelijk dienstwerk op de eerste plaats als het werken van God in de wereld. Naar wat hij zegt in de Beschouwing om tot liefde te komen, is God dynamisch aanwezig in de schepping. Hij wijst ons erop “hoe God in alle geschapen dingen op het aardoppervlak voor mij zwoegt en werkt”. Midden onder ons is God altijd voor ons aan het werk. “In de hemel, de elementen, de planten, de vruchten, het vee, enz. door ze in het leven te roepen en ze in stand te houden, door ze te doen groeien en voelen” (GO 236). Dit voortdurende werken van de Schepper in de wereld is de kern van geestelijk dienstwerk. Als we dit dienstwerk zó, namelijk als Gods alomtegenwoordig handelen verstaan, is het te begrijpen dat Ignatius leerde: “Bid alsof alles van jou afhangt; werk alsof alles van God afhangt.”

Soms wordt beweerd dat Ignatius precies het omgekeerde gezegd zou hebben, namelijk: “Bid alsof alles van God afhangt, werk alsof alles van jou afhangt.” Maar theoloog Francis Smith S.J. stelt: “Wij weten dat (…) de juiste versie van de tekst in een gesimplificeerde vorm luidt: Bid alsof alles van jou afhangt; werk alsof alles van God afhangt.” In de volledige, uit het Latijn vertaalde tekst zegt Ignatius: “Heb vertrouwen op God alsof alle succes van jou zou afhangen, en niets van God; maar ga aan de slag alsof er niets door jou tot stand zou komen, en alles door God alleen.” Volgens Smith “zou men kunnen twisten over de betekenis van de vollediger versie, maar (…) [ik] denk dat de vereenvoudigde versie de bedoeling daarvan nauwkeurig weergeeft” (2-3).

Centraal in het werk moet God staan, niet wij. Wij zijn geroepen, om met Hieronymus Nadal te spreken, om “zelfs wanneer we werken, contemplatief te zijn”, om mensen te zijn die met gemak God vinden in alle dingen. Michael W. Cooper S.J. schrijft: “Goed verstaan is in het denken van Ignatius de eigenlijke plaats om God te ontmoeten niet zozeer in het bidden, maar veel meer nog in het openbare, sociale, culturele en kerkelijke domein.” Volgens Ignatius zouden we het dienen van God niet moeten beschouwen als “iets doen voor God”, maar als een uitnodiging tot innige samenwerking met God, tot zich aansluiten bij “Gods werk van genezing en omvorming van mensen en instituten, waarmee Hij reeds een begin heeft gemaakt – een gezamenlijk handelen dus” (26).

Een mystiek van dienen

Het geestelijk dienstwerk zoals Ignatius dit ziet, wordt uitstekend uitgebeeld als hij zich door de Vader geplaatst ziet naast de kruisdragende Christus. Jezus die het kruis draagt symboliseert de verlossende tegenwoordigheid van Christus in de huidige wereld. Als wij vlak naast Jezus een plaats krijgen, wordt het ons gegeven te mogen delen in het heilswerk van Christus. Dit beeld van het geestelijk dienstwerk is afkomstig van wat Ignatius zelf als religieuze ervaring meemaakte in een kapelletje, La Storta geheten, een tiental kilometers buiten Rome. Toen hij op weg was naar de stad om met de paus te overleggen hoe hij en zijn pas gevormde groep jezuïeten het best de universele kerk zouden kunnen dienen, had hij een visioen. In dat visioen had hij het gevoel dat zijn verzoek om Jezus te mogen dienen werd ingewilligd, toen hij de Vader tot Jezus, gebogen onder het kruis, hoorde zeggen: “Ik wil dat U deze man [wijzend op Ignatius] aanneemt als uw dienaar”; en Jezus op zijn beurt tegen Ignatius hoorde zeggen: “Het is mijn wil dat u Ons dient.” De ervaring van Ignatius dat hij uitgekozen was tot dienaar van God heeft veel weg van de wijze waarop Paulus zichzelf als dienaar van God (2 Kor 6,3 e.v.) en dienaar van Christus (2 Kor 11,23) zag.

Het is duidelijk dat de uitnodiging om intiem met Christus samen te werken veel meer is dan een  formele regeling, aangezien ze tegelijk het aanbod is van een innige vriendschap. Om deze reden beschrijft Joseph de Guibert de jezuïetenspiritualiteit als een “mystiek van dienen” of als een “gezamenlijk optrekken met Christus die is uitgezonden” waarvan Cooper spreekt. Ter ondersteuning van zijn opvatting over de mystiek van Ignatius citeert De Guibert het getuigenis van Nadal, een van de eerste gezellen, die Ignatius van dichtbij kende. Volgens Nadal had Ignatius als speciale genadegave “in staat te zijn in alle dingen, handelingen en gesprekken de aanwezigheid van God en de liefde voor geestelijke zaken aanwezig te zien en te beschouwen, zelfs midden onder zijn werk een contemplatief iemand te blijven (simul in actione contemplativus)”. Andere gezellen spraken op dezelfde manier over de mystieke ervaringen van Ignatius in het leven van iedere dag. De Guibert citeert de woorden van Ribadeneira: “Het is ongelofelijk met welk gemak onze Vader te midden van een stroom van zakelijke aangelegenheden in zichzelf wist te keren, en hem blijkbaar de geest van godsvrucht en een vloed van tranen ter beschikking stonden, die hij bij wijze van spreken bij de hand had.” En Gonçalves da Câmara noteerde dat “Ignatius zich voortdurend van God bewust was en voortdurend bad te midden van alle komen en gaan”.

De Guibert komt tot de slotsom:

 “We hebben hier niet te maken met een mystiek van inkeer in zichzelf die zich hoofdzakelijk richt op de schuilhoeken van de ziel, dat wil zeggen met een mystieke vereniging met God in het diepst van de ziel, een vereniging die zo ver mogelijk verwijderd is van alles wat voor de zintuigen waarneembaar is. Neen, we spreken hier over een goddelijk bezig zijn waardoor de hele mens wordt aangegrepen in al zijn geestelijke en lichamelijke vermogens, die hij kan gebruiken om God te dienen.” (58-59)

 Op dezelfde manier stelt Cooper in zijn beschrijving van de mystiek van Ignatius:

“Vroegere meer beschouwende vormen van spiritualiteit waren gericht op het eenmakende gebed met God. De spiritualiteit van de jezuïeten heeft een apostolisch uitgangspunt; ze heeft een eenmakend handelen als doel, dat wil zeggen een voelbare verbondenheid met Christus te midden van actief leven en geestelijk dienstwerk.” (26)

 Voor een mystiek van dienen is het nodig dat de tegenover elkaar staande intimiteit met God en het zich actief inzetten in de wereld samen één worden. Dat vraagt in staat te zijn, tegelijk “met Jezus” te zijn en “met een opdracht te zijn uitgezonden”.

Het moge vreemd lijken, maar deze Jezus die tot innige vriendschap nodigt, blijft steeds de ‘Christus die is uitgezonden’ en die onze broeders en zusters wil bevrijden van de ‘ketenen en valkuilen’ waarmee ‘de vijand van de menselijke natuur’ gewoon is hen te belagen. In de meditatie over de oproep van de Koning nodigt Jezus ons uit om met Hem mee te trekken en te delen in zijn heilige opdracht. Vriendschap en intimiteit gaan samen met en worden gevonden in een apostolische zending en dienstwerk in en voor de wereld.”(36, cursivering toegevoegd).

Paradoxale eenheid

Dit paradoxaal ideaal van de ignatiaanse spiritualiteit gaat in de Bijbel terug op de roeping van de apostelen in het Marcusevangelie (3,13-19a) en de rede over de wijnstok en de ranken  bij Johannes (Joh 15). In beide perikopen gaat de vereniging met Christus gepaard met uitgezonden worden om te dienen. In het Marcusevangelie worden de apostelen met twee bedoelingen geroepen; deze zijn grammaticaal met het nevenschikkend voegwoord kai (3,13-14)aan elkaar gekoppeld. Het gebruikmaken van een nevenschikkend voegwoord om de twee doelstellingen met mekaar te verbinden is veelbetekenend, omdat dit aangeeft dat ze beide even belangrijk zijn. Zoals de apostel worden we tegelijk uitgenodigd “bij Hem te zijn” en “uitgezonden te worden om het evangelie te verkondigen”. De wijnstok en de ranken, bij Johannes, is ook een weerspiegeling van deze oproep tot een spiritualiteit die met zichzelf in tegenspraak schijnt. Terwijl het eerste deel van hoofdstuk 15 uitdrukkelijk gaat over de innige vereniging met Christus en de noodzaak in Hem te “blijven” (4-10), spreekt de tweede helft over Christus die zijn leerlingen de opdracht geeft vrucht te dragen, vruchten die blijvend zijn (v. 16). Cooper verklaart: “Eenmaal dat mensen een verband leggen tussen de Jezus van innige vriendschap en Jezus als Gezondene, zijn ze beter in staat in te zien dat de twee aspecten van deze onderlinge verhouding (…) in een creatieve spanning bijeen moeten worden gehouden” (36). Contemplatief zijn in de actie betekent in Bijbelse taal de Maria- en Marthadimensies van de eigen persoon tot een eenheid maken. Een mystiek van de dienst is voor ons een uitdaging om innerlijk aanwezig en verenigd te zijn met God, zelfs midden onder ons apostolisch werk.

In de Constitutieslaat Ignatius duidelijk zien hoe belangrijk het is met God verbonden te zijn tijdens het werk. Bij de bespreking van de vraag wat van wezenlijk belang is om de Sociëteit als apostolisch lichaam in stand te houden, schrijft hij:

 “De middelen die het werktuig met God verbinden en het geschikt maken om zich goed door zijn goddelijke hand te laten leiden, zijn werkzamer dan de middelen die het geschikt maken naar de mensen toe. Die middelen zijn: goedheid en deugd, en in het bijzonder de naastenliefde, een zuivere gerichtheid op de dienst van God, de vertrouwdheid met God door geestelijke oefeningen van vroomheid, de oprechte ijver voor de heiliging van de mensen tot eer van Hem die hen geschapen en verlost heeft – en dit alles zonder enige vergoeding te verwachten.” (deel X, 813)

 Deze visie op geestelijk dienstwerk als werk dat God nu verricht ten behoeve van de gehele schepping, en het beeld van werk dat aan de zijde van de kruisdragende Jezus wordt verricht, maken heel duidelijk wat een ignatiaanse spiritualiteit van dienen in wezen is. Zoals uit de meditatie over de oproep van de Koning sterk naar voren komt, is het een gave en roeping als men van dichtbij mag deelhebben aan Gods werk in de wereld. Het is onze roeping als christenen concrete vorm te geven aan de troostende aanwezigheid en het reddende handelen van de verrezen Christus ten bate van andere mensen in onze tijd.

De kern van geestelijk dienstwerk wordt door Gerard Manley Hopkins dichterlijk onder woorden gebracht (in “As Kingfishers Catch Fire”):

 

I say more: the just man justices;
Keeps grace; that keeps all his goings graces;
Acts in God’s eye what in God’s eye he is
Christ – for Christ plays in ten thousand places,

 Lovely in limbs, and lovely in eyes not his
To the Father through the features of men’s faces.

Strikt genomen gebeurt alle geestelijk werk in samenwerking, want wij zijn allen medewerkers van God. Meer nog dan medewerkers van elkaar zijn we op de eerste plaats, om met Paulus te spreken, “medewerkers van Christus” (1 Kor 3,9).

 Literatuur

Francis R. Smith, The Religious Experience of Ignatius of Loyola and the Mission of Jesuit Higher Education Today (lezing gehouden aan het Fourth Institute on Jesuit Higher Education, University of San Francisco: Cal., 6-9 juni 1990).

Michael W. Cooper, Ignatian Spirituality: Unitative Action wih Christ on Mission, in: Presence: An International Journal of Spiritual Direction, 2, nr. 3 (september 1996).

Joseph de Guibert, The Jesuits: Their Spiritual Doctrine and Practice,Chicago, Institute of Jesuit Studies, Loyola University Press, 1964.

 

uit: Studies in the Spirituality of Jesuits, 40/2 (2008)

vertaling: Felix van Voorst tot Voorst S.J.

 

Print Friendly, PDF & Email