Cardoner, tijdschrift voor ignatiaanse spiritualiteit
/ Ignatiaanse spiritualiteit /  Klein ABC van het waarom

 Klein ABC van het waarom

Redactie Cardoner on 27/03/2018 - 3:07 pm in Ignatiaanse spiritualiteit

door Ilse Dekker

Bij het afscheid van de jezuïeten van het Stanislascollege in Delft sprak  de moderator identiteit van de school over ignatiaanse pedagogiek. Kernwoorden zijn Aandacht, Betekenis en Compassie.  

Beste Bert en Dries, wat jullie al deze jaren hebben aangedragen, is onvervangbaar. In die zin zouden we ervoor kunnen terugschrikken het werk zonder jullie voort te zetten. Maar jullie hebben ons iets heel belangrijks meegegeven waarvan ik me pas door de jaren heen ben gaan realiseren hoe bijzonder dat is. Jullie gaven ons de ruimte en het vertrouwen om op onze eigen manier, in onze eigen tijd en context, in onze eigen taal ook, met “het ignatiaanse” aan het werk te gaan. Jullie moedigden onze authenticiteit zelfs aan.

Als ik daar over nadenk, hoe jullie ons jullie levenswerk in vertrouwen in handen hebben gegeven – al lang voor jullie vertrek – dan voel ik dat als een kostbaar, moedig en grootmoedig gebaar. Een gebaar om in ere te houden en van daaruit de moed op te brengen om ook zonder jullie niet te schromen, maar verder te gaan. Steeds weer terugkerend naar die prachtige inspiratiebron van de ignatiaanse spiritualiteit en – in het verlengde daarvan – de pedagogiek.

Jullie flexibiliteit zegt veel over jullie eigen veerkracht. Maar het zegt ook iets over de ignatiaanse spiritualiteit zelf: als een open en dynamische spiritualiteit die ín de wereld durft te staan en met oog voor de veranderende context, met alle uitdagingen en mogelijkheden van dien. Die “creatieve trouw aan de traditie” was dan ook het eerste waar ik aan dacht toen mij gevraagd werd vandaag iets te vertellen over die spiritualiteit.

Essentieel is dat de ignatiaanse spiritualiteit zo uit het leven gegrepen is. Ze werd in eerste instantie niet geboren uit een theologische leer maar uit diepe, levensechte ervaringen. En voor ons – in onze schoolcontext – is van belang dat uit de spirituele ervaringen van Ignatius een bepaalde dynamiek van leven en werken gedistilleerd is die in het échte leven toepasbaar is. Vruchtbaar in allerlei contexten: in onderwijs en opvoeding, binnen de zorg en het bedrijfsleven, en op persoonlijk vlak. Steeds gaat het om het kruispunt waar het geestelijke en het aardse leven elkaar tegenkomen; en daarmee om herkenbare menselijke thema’s.

Hoewel het daarin gaat om heel basale dingen moet ik eerlijk zeggen dat het mij jaren gekost heeft om zicht te krijgen op het geheel en de diepte van die dynamiek. Het hart ervan is in mijn beleving het aanleren van die reflectieve, contemplatieve levenshouding, waarbij je regelmatig tijd neemt om stil te staan bij je eigen ervaringen en bij dat wat jou innerlijk beweegt. En dan bedoel ik reflectief in de ware zin van het woord: niet alleen het van een afstandje “kijken naar” en “nadenken over”, maar vooral het goed invoelen van wat je meemaakt en van wat dat jou te zeggen heeft. Gaandeweg krijgen je ervaringen zo een meer herkenbare betekenis en word je je meer bewust van het levenspad dat je loopt.

Dat brengt mij bij de A van mijn eigen ABC van het waarom van de ignatiaanse spiritualiteit: Aandacht. De “Kunst van het aandachtig leven”, met aandacht voor wat er binnenin je en om je heen gebeurt. Een houding om te oefenen, ook – juist – te midden van het gewone, dagelijkse leven. Als je je regelmatig naar binnen toe beweegt, voorkom je dat je samenvalt met je werk of dat je jezelf in de drukte verliest. Het leert je om met je aandacht te zijn waar je bent en aandachtig te luisteren naar wat de situatie van je vraagt. Regelmatige aandacht voor je innerlijke bewegingen leert je jezelf beter kennen en begrijpen. Het leert je onderscheiden wat er echt toe doet. Maakt je meer en meer vrij van oordelen, meer open om te ontvangen wat je van binnenuit aangereikt wordt. Zo kun je op het spoor komen van wat Ignatius en andere mystici wel de “innerlijke leermeester” en de God van liefde noemen.

Ik kan het hier niet laten die “aandacht voor aandacht” vanuit mijn achtergrond als antropoloog in de context van onze cultuur te bezien. Want die aandachtige houding is niet vanzelfsprekend in onze haastige, pragmatische samenleving. Wij kennen maar weinig aandacht voor innerlijk leven, weinig ruimte voor contemplatie en voelen ons snel verlegen met stilte op zich. In die zin is het ignatiaanse een kwestie van vertraging, vereenvoudiging en verdieping tegen de stroom van onze cultuur in. Een terugkeer zou je kunnen zeggen, niet naar “vroeger was alles beter”, maar wel naar de basis van het leven.

Fascinerend vind ik dat recente wetenschappelijke ontdekkingen oude wijsheden her-ontdekken. Zo wijzen niet alleen de oude spirituele tradities maar ook de nieuwste neurologische ontdekkingen erop hoe belangrijk aandacht voor onze binnenwereld is: belangrijk niet alleen voor onze menselijke vorming maar ook voor onze geestelijke gezondheid. En voor een evenwichtig – en ja, ook wezenlijk vervullend – leven.

Dat brengt mij bij de B van mijn ABC: Betekenis. Want zo laat nieuw sociologisch onderzoek ook zien hoe in de westerse, op geluk gerichte cultuur, veel mensen zich vervreemd en doelloos voelen. En dat wij eigenlijk het verkeerde doel lijken na te jagen omdat niet geluk maar zingeving datgene blijkt te zijn dat het leven voor ons mensen wezenlijk de moeite waard maakt; mensen verlangen vooral naar een leven met diepgang en betekenis.

Aandacht en Betekenisgeving liggen in elkaars verlengde. Leven met aandacht voor ons levensverhaal en voor hoe onze binnen- en buitenwereld in elkaar overgaan, geeft ons voeling met onze levensthema’s. Met hoe wij antwoord geven op levensvragen en van daaruit aan het leven kunnen groeien. En daarmee voeling met de diepere zin van ons bestaan. Daar hoort ook onze omgang met het transcendente bij. Onze verwondering over de geheimen tussen hemel en aarde. Onze voeling met dat wat heilig voor ons is, met de grond die ons draagt als het moeilijk is, en met dat wat ons roept in ons leven en werken. Hier kunnen we ons spiegelen aan de verhalen, de thema’s en de wijsheid van de grote tradities en aan de grote voorbeelden – zoals Jezus dat was voor Ignatius. Hierbij omarmen we al ons geloven en vertrouwen, maar ook ons niet-weten, ons vragen en zoeken.

In een aandachtig leven gaat onze aandacht als vanzelf ook uit naar de ander. We leren ook de ander helderder te zien. Wat wij in onszelf kennen, kunnen wij in de ander her-kennen. We herkennen steeds meer onze eigen emoties, worstelingen en verlangens in de ander: niets menselijks is ons meer vreemd. Van nature groeit dan de zo belangrijke basishouding van de ignatiaanse pedagogiek: de persoonlijke aandacht voor wie de leerling is, wat die leerling beweegt en het geduld en vertrouwen om die leerling tot bloei te laten komen.

Ook die aandacht voor, en verbondenheid met, anderen heeft weer alles te maken met betekenis. Het gaat om het groeien in liefde; als mens persoonlijk maar ook in gemeenschap. Het gaat niet alleen om “betekenis geven” maar ook om de levensveranderende ervaring “van betekenis te kunnen zijn”. Dan raken we aan het ignatiaanse “magis” dat ook het thema is van deze dag: het punt waar excellentie en compassie elkaar ontmoeten, om te kunnen groeien in gemeenschap.

In onze bezinningsprogramma’s – voor leerlingen, medewerkers en ouders – is er behalve tijd om stil te staan bij eigen ervaringen ook altijd gelegenheid om daar iets van te delen. Dat vraagt een veilige context en het scheppen van die veilige context is essentieel. Vertrekpunt van de ignatiaanse spiritualiteit is steeds de onvoorwaardelijke liefde; het vertrouwen dat er een Schepper is die met welwillendheid naar je kijkt. We hebben al vaak gemerkt dat er iets bijzonders gebeurt als je in een rustige atmosfeer, vanuit een milde, niet-oordelende houding ruimte krijgt om ervaringen uit te wisselen.

Dat brengt mij bij mijn C van Compassie, de diepe betrokkenheid bij wat de ander ervaart, in het besef van een gemeenschappelijke, gedeelde menselijkheid. Want steeds weer – en steeds meer – zie ik hoe het ontstaan van compassie als vanzelf volgt uit introspectie en ontmoeting. Ethiek kun je, denk ik, niet opleggen. Ons begrip voor wat er in de ander leeft, groeit pas met het begrip dat wij hebben van én voor wat er in onszelf leeft. En als we iets van onze ervaringen met elkaar durven delen, leren we gaandeweg verder kijken dan ons eigen wereldje. We leren ook de ander te zien, met zijn eigen – andere en toch herkenbare – verhaal en gaan we ons – niet als concurrenten maar als tochtgenoten – verheugen in onze gezamenlijke groei.

Natuurlijk realiseer ik me dat we elkaar, in de schoolcontext van vandaag, vanuit heel verschillende levensbeschouwelijke uitgangspunten ontmoeten. Maar ik denk dat het niet moeilijk is elkaar te vinden in ons verlangen om onze leerlingen te helpen groeien; om ze te helpen hun eigenheid te ontdekken en meer zicht te krijgen op hun eigen talenten en verlangens, om ze te bemoedigen op hun eigen weg, vanuit een hoopvol perspectief.

Voor wat de pedagogiek betreft: nog altijd wordt in het onderwijs te vaak óver en tégen leerlingen gesproken en te weinig mét. Maar zoals de oorspronkelijke betekenis van het woord “educatie” zegt gaat het om het “naar buiten leiden” van dat wat al in de kiem aanwezig is; met aandacht voor wat er al ís en vertrouwen in de groei van binnenuit.

Alle, maar vooral jónge mensen, hebben het daarbij nodig gezien en gehoord te worden om een gezond gevoel van eigenwaarde te ontwikkelen, en om plezier en vertrouwen te ervaren in het leren – op school en als mens. Ik denk dat we ons allemaal uit onze eigen schooltijd wel kunnen herinneren wat het ons deed als een talent werd opgemerkt, als onze eigen mening gevraagd werd, als ons verhaal er toe bleek te doen, als de oprechte passie van een docent ons raakte of een doorkijkje gaf naar een betere wereld.

Het overdragen van kennis is zeker heel belangrijk, maar die kennis wordt écht waardevol in aanraking met eigen ervaring en overdenking, in de connectie van hoofd en hart, en in relatie tot de mensen en de wereld om ons heen. En natuurlijk is het niet makkelijk, met onze grote klassen en hoge werkdruk, momenten van reflectie en uitwisseling in te bouwen, en leerlingen steeds persoonlijke aandacht te geven. Maar in de lessen, in mentoraat en decanaat, in leerlingenzorg en buitenschoolse activiteiten en ook in de “gewone dagelijkse omgang” liggen altijd weer gouden kansen om van betekenis te zijn in het leven van zoveel jonge mensen.

De vruchten daarvan zijn, denk ik, groter dan we vermoeden. Afgelopen jaar verscheen het boekje Vrede kun je leren waarin schrijvers David van Reybrouck en Thomas d’Ansembourg onderzoeken wat een werkzaam antwoord kan zijn op het maatschappelijk geweld van deze tijd. Zij concluderen dat dat antwoord verrassend dichtbij ligt. Geweld dreigt overal waar mensen zich onbegrepen voelen, zeggen zij. Maar een mens die zich van meet af aan welkom voelt, die opgroeit in een sfeer van liefde, openheid en respect voor zijn eigenheid, die zijn talenten leert ontdekken en aangemoedigd wordt een zinvolle levensinvulling te vinden, die mens heeft geen reden om naar geweld te grijpen om te voelen dat hij bestaat. Duurzame vrede in de buitenwereld begint dan ook bij het werken aan vrede in onze binnenwereld.

Het leren van die vrede is naar hun mening en bevinding een vák waar je aan moet werken met dezelfde toewijding waarmee je een taal of wiskunde leert. Een vorm van mentale hygiëne die om net zoveel dagelijkse aandacht vraagt als je lichamelijke verzorging en die bewezen vruchtbaar is. De schrijvers pleiten dan ook voor onderwijs dat training in aandachtig leven en geweldloze communicatie bewust op de agenda zet.

Het gegeven dat wij in onze scholen – met vallen en opstaan, maar toch – bewust zo’n klimaat van persoonlijke aandacht nastreven, lijkt mij een waardevolle stap in die richting. En dat wij ook buiten de lessen om momenten van reflectie en ontmoeting kunnen faciliteren, is iets dat we, denk ik, niet genoeg op waarde kunnen schatten en waar collega’s van veel andere scholen ons om blijken te benijden.

Dat geldt ook voor onze samenwerking! Als Stanislas-scholen onderling, met andere scholen in Nederland, met collega’s van de jezuïetencolleges in Vlaanderen, en binnen ons Europese en wereldwijde verband van jezuïetencolleges. Vanuit dezelfde bevlogenheid, over de grenzen van verschillende contexten heen. Alleen al die samenwerking voel ik als een vorm van eigentijdse spiritualiteit – een “wereldwijd wij” – waar wij vanuit ons erfgoed rijkelijk deel van mogen uitmaken. De ignatiaanse traditie geeft daarbij, in het streven om mensen te ontmoeten daar waar ze staan, een bevrijdend perspectief dat ons helpt in een veranderende tijd een kostbaar erfgoed door te geven.

Natuurlijk maak ik, aan het eind van mijn verhaal gekomen, graag van deze kostbare gelegenheid gebruik om Bert en Dries te bedanken voor hun bemoedigende mentoraat.
Bert, met jouw grote integriteit, met de oprechte zorg en belangstelling waarmee je altijd weer onze collega’s tegemoet trad, was jij mijn grote voorbeeld.
Dries, jij bleef mij er steeds aan herinneren – als ik toch weer eens de actie overdreef en de contemplatie vergat – dat alles begint bij wat wij ontvangen; en om ook te genieten van het onderweg zijn.
Jullie diepe, doorleefde spiritualiteit – de oogst van een heel leven lang “contemplatie in actie” – is een bron van vreugde en wijsheid voor ons geweest. Namens ons hele identiteitsteam: dank jullie wel voor de samenwerking en vriendschap!

In januari 2018 nam het Stanislascollege in Delft afscheid van de paters Bert ten Berge en Dries van den Akker. Hierbij kwam een einde aan de directe betrokkenheid van de jezuïeten met het college dat in 1948 met hen werd opgericht. Het afscheid vond plaats tijdens het symposium “Groeien in gemeenschap” waar vierhonderd mensen naartoe kwamen. Ilse Dekker, moderator identiteit van het Stanislascollege en gedelegeerde voor het ignatiaans onderwijs van de regionaal overste, was één van de spreeksters. Haar toespraak staat hierboven.

Bert en Dries ontvingen die dag de erepenning van de stad Delft van Marja van Bijsterveldt, burgemeester van Delft en voormalig Nederlands minister van onderwijs. De inscriptie getuigde van dank aan hen en hun voorgangers op het Stanislascollege voor hun bijzondere bijdrage aan de Delftse gemeenschap. Met dit afscheid eindigt niet de verbondenheid van het college met de ignatiaanse spiritualiteit. Tijdens het symposium klonk uitdrukkelijk de wens om deel uit te blijven maken van de wereldwijde gemeenschap van jezuïetencolleges en om van daaruit invulling te blijven geven aan de ignatiaanse pedagogiek.

Print Friendly, PDF & Email