Cardoner, tijdschrift voor ignatiaanse spiritualiteit
/ Andere Bronnen van Inspiratie / Op zoek naar je grondmelodie: de Geestelijke Oefeningen hertaald. In gesprek met Renilde Vos

Op zoek naar je grondmelodie: de Geestelijke Oefeningen hertaald. In gesprek met Renilde Vos

Redactie Cardoner on 15/03/2015 - 1:41 pm in Andere Bronnen van Inspiratie, Geestelijke Oefeningen - Begeleiden

door Ilse Dekker

 De Oefeningen van Ignatius worden hertaald naar een “methode van het hart” door Renilde Vos van de Universitaire Parochie Leuven. Over die hertaling en over haar drijfveren werd zij ondervraagd door de coördinator identiteit van het Stanislascollege in Delft.  

Op een winderige, regenachtige vrijdag in februari is de sfeervolle werkkamer van Renilde Vos een aangenaam rustige plek; de plek waar zij al velen begeleiding gaf in hun innerlijk leven. Ik vraag haar iets te vertellen over haar professionele voorgeschiedenis en over dat wat haar drijft. Ze vangt aan met haar studie theologie aan de KU Leuven, waarbinnen ze vooral gericht was op de bevrijdingstheologie. Hoewel zelf niet heel traditioneel katholiek maar relatief vrij opgevoed, groeide ze als Vlaamse wel op in een samenleving waarin de katholieke godsdienst een gegeven was. Ze realiseerde zich dat zij als studente eigenlijk een heel geseculariseerde positie innam, terwijl de bevrijdingstheologie in een niet-geseculariseerde context was ontstaan. Gaandeweg verschoof haar invalshoek van een ethische naar een meer mystieke. De kwestie van de transcendentie trad op de voorgrond, met als voornaamste insteek de vraag hoe je de katholieke traditie op een plausibele manier – dat wil zeggen: als iets dat verbonden is met een existentiële ervaring – kan doordenken, uitleggen en doorgeven.

In haar daaropvolgende werk als godsdienstdocente werd die vraag steeds belangrijker: hoe kun je op zo’n manier religieuze vorming geven dat leerlingen daar iets in vinden? Niet om ze te bekeren, maar als hulpmiddel om hun eigen ervaringen te leren verstaan, zodat zij thuis kunnen komen in de diepere lagen van zichzelf. Daartoe is het belangrijk, ondervond Renilde, om het cognitieve luik (het denken als weg voor geloofsbemiddeling) en het affectieve luik (de lichamelijkheid en de zintuigelijkheid, die naar haar ervaring binnen de katholieke kerk zo vaak afwezig geraakt zijn) samen te houden, om in ons totale mens-zijn gevormd te worden. Zo wordt de traditie een spiegel, met oog voor het uiteindelijkheidsperspectief, en dat is essentieel voor geestelijke begeleding. Het was juist het onderwijs dat Renilde ertoe bracht geestelijk begeleider te worden.

 “Als je luistert naar jongeren worstelend met diepe existentiële vragen, zie je verborgen noden en krachten. Ik vind het mijn taak de heiligheid in hen te zien; allemaal verlangen ze wezenlijk gezien te worden, maar vaak gebeurt dat niet. Het onderwijs is nu eenmaal gebonden aan omschreven leerdoelen en evaluaties, en mijn vraag was: wat ga ik nu doen met die noden en krachten die ik zie? Die zielzorg is mijn roeping, denk ik.
 Dus verliet ik het onderwijs en kwam ik als stafmedewerker/pastor terecht in de Universitaire Parochie van de KU Leuven. Dat is een dienst van de universiteit die heel wat initiatieven ontplooit op het gebied van dienstverlening, gemeenschapsvorming en solidariteit.”

 In die hoedanigheid biedt Renilde niet alleen studenten, maar ook personeelsleden, alumni en emeriti geestelijke begeleiding aan – eigenlijk alle zinzoekende mensen in de omgeving die zich aangesproken voelen. Mensen die bewust tijd willen maken voor het zoeken naar betekenis of die zich soms willen buigen over concrete levenskeuzes.

Renilde werkt daarbij vanuit de dynamiek van de Geestelijke Oefeningen van Ignatius van Loyola. Ze noemt zich bevoorrecht de werking daarvan zelf ondervonden te hebben en ze benadrukt sterk de kracht van de Oefeningen. Ze kwam ermee in aanraking doordat ze tijdens haar leven vaak jezuïeten ontmoette, die haar als niet alleen intellectueel sterke, maar ook religieus zeer bewogen mensen en grote vrijdenkers steeds weer intrigeerden. Ook kwam zij te werken in het ignatiaans spiritueel centrum van de Oude Abdij in Drongen, waar zij na haar eerdere academische vorming nu ook spiritueel gevormd werd. Glimlachend vertelt ze hoe daar “de monnik in haar wakker werd”.

Gevraagd naar wat, naar haar gevoel, vooral de kracht van deze oefeningen is, noemt zij ze allereerst sterk integrerend, leidend tot de ervaring “weer samen te vallen met je ziel”.

 “Methodisch zijn de Oefeningen zowel reflexief als meditatief-contemplatief. Ik houd van het leren observeren, de dingen uit elkaar te leggen, zonder te oordelen, en er iets van orde in te brengen volgens het onderscheid van wat voor mij van belang is; het is een vorm van scheppend leven. En de meditatieve manier om de teksten te lezen heeft mij meer bij mijn eigen ziel gebracht.
Maar daarnaast is er ook iets als overgave in, komt er ruimte om van perspectief te wisselen. Misschien ben ik als mens niet het middelpunt van de zaak, misschien ligt de klemtoon toch meer tussen mij en anderen, tussen mij en God. De decentrerende dynamiek van de Oefeningen voorkomt dat je in jezelf blijft ronddraaien, je wordt voortdurend uitgedaagd door het externe. Dat raakt ook aan het mystieke: het Goddelijke is overal in aanwezig en het is aan jou om het op het spoor te komen.”

 De ignatiaanse Geestelijke Oefeningen zijn in de ogen van Renilde Vos een passend antwoord op de grote vragen van deze tijd. De vragen van vandaag op afstand bekijkend ziet zij er drie belangrijke behoeften in:

  • De behoefte aan een verband waarbinnen je er mag zijn – tegenover een te ver doorgeslagen individualisme en prestatiedenken.
  • Een zoeken naar verhalen en markeringspunten die te maken hebben met zin en richting, met bestemming.
  • En de vraag naar duurzaamheid: wat houdt het nog in deze tijd?

“De Oefeningen, gericht op het ‘zijn’, binnen een begeleidingscontext, geven zo’n ‘ruimtelijk verband’, waarinnen men beluisterd wordt en thuis kan komen, men zich aanvaard kan voelen zonder perfect te hoeven zijn. Waar de teksten die je leest een oriënterend baken kunnen zijn zonder dat het om zieltjeswinnerij gaat. De hele methode is gericht op onderscheiden en ordenen. In essentie gaat het om de eigen verhouding tot de oneindigheid, die ook je eigen grond is.”

 Renilde spreekt ook wel over het belang van de verbinding tussen taal en ervaringen. Ik vraag haar dat dat wat nader toe te lichten.

 “In deze tijdgeest zijn mensen op zoek naar ervaringen, en dat is positief. Maar heel veel mensen hebben geen taal meer om er iets over te zeggen. Dat geldt al in het dagelijks leven, laat staan op existentieel of zelfs religieus niveau. Het is belangrijk eerst bij je ervaringen terecht te komen, maar dan moet je de er taal naast kunnen zetten om die ervaringen steeds opnieuw te duiden, in een voortdurend proces van betekenisgeving. Het op gang brengen van dat proces staat of valt met begeleiders die zelf spiritueel ontwikkeld zijn en die in staat zijn om gedragen (zelf doorleefde en doorworstelde) taal te spreken.”

 Renilde herschreef de traditionele Geestelijke Oefeningen naar een eigen methode voor geestelijke begeleiding, getiteld Op zoek naar de grondmelodie. Gevraagd naar haar beweegredenen daarvoor verklaart zij:

 “Sommige mensen willen graag heel diep in hun eigen traditie gaan staan. Voor die mensen zijn de Geestelijke Oefeningen een zegen. Ik begeleid zelf heel graag de Geestelijke Oefeningen in die erg Bijbelse taal. Maar soms is dat een brug te ver. Sommige mensen botsen in de Geestelijke Oefeningen op de taal en dat kan een drempel zijn om tot ervaring te komen. De Grondmelodie volgt dezelfde innerlijke dynamiek als de Geestelijke Oefeningen, die weer dezelfde dynamiek is als die van de leer van Jezus van Nazaret. Eigenlijk is de Grondmelodie door en door christelijk, zonder dat de naam vaak valt. Soms helpt het mensen eerst die dynamiek te verkennen zonder ze in die taal te benoemen.
Veel oudere mensen hier in Vlaanderen zijn opgegroeid met een dominante katholieke taal, die problematisch voor ze is geworden. Maar ze willen in de begeleiding wel input krijgen via een externe spiegel. In de Grondmelodie put ik daarom uit verschillende levensbeschouwelijke bronnen. Daarom is deze methode voor sommigen laagdrempeliger; er zijn zelfs  expliciete atheïsten die deze begeleiding aangaan! Sommigen pikken de externe bronnen alleen op antropologisch niveau op; hen gaat het niet om hun verhouding tot ‘de eeuwigheid’, maar om die met anderen om hen heen.
Soms ook komen mensen juist via die dynamiek van de Grondmelodie terug naar hun eigen traditie en doen dan alsnog de Geestelijke Oefeningen, om via een omweg hun eigen traditie weer opnieuw te leren kennen. Maar dat is niet mijn doel; ik wil mensen bij hun innerlijke ervaring uit laten komen, obstakels proberen op te ruimen – en het werkt!”

 Over die in mijn ogen fascinerende titel Op zoek naar de grondmelodie vertelt zij hoe dat woord grondmelodie er ineens was en te maken heeft met iets wat Etty Hillesum zegt:

 “Er zit een melodietje in me dat er soms zo naar verlangt in eigen woorden te worden omgezet. Maar door geremdheid, gebrek aan zelfvertrouwen, luiheid en ik weet niet wat nog meer, blijft het nog steeds verstikt in me zitten en spookt het in me rond. Soms holt het me helemaal uit. En dan weer vervult het me met een hele zachte, weemoedige muziek.” (Etty Hillesum, Het verstoorde leven, p. 54)

 In het spirituele traject dat die naam draagt gaat het er volgens Renilde om uit te zoeken wat jouw melodietje is.

 “Hoe heb jij te zingen in het leven? Wat is jouw plek, je roeping? En dat in relatie met de Grond van het leven. Of nog: hoe wil jij je leven toonzetten op de spanning van eindigheid en oneindigheid?”

 Wat me treft in haar boek over de grondmelodie is dat Renilde vaak spreekt over de liefdesspiritualiteit, over een “methode van het hart”. Ze legt uit:

 “Uiteindelijk is de inhoudelijke lijn van de Oefeningen gelegen in het ‘groeien in liefde’. Ik ben er heillig van overtuigd dat dat is wat je als mens gelukkig maakt. En dat is de kracht van het pedagogisch model van Jezus van Nazaret, die dat zo centraal stelt. Ook Jezus valt samen met liefde, in de betekenis van de zachtmoedigheid, van de vrede; intern maar ook structureel gezien. Hij moet een man geweest zijn die zelf geleefd heeft vanuit een immens intense en intieme relatie met God, die Hem boven zichzelf uitgetild heeft tot een radicale liefde, die Hij gerealiseerd heeft in zijn eigen leven en dat van anderen. Voor iedereen is een gezonde zelfliefde fundamenteel. En ook het verlangen naar het liefhebben van anderen, ook de vreemde, zelfs de vijand, in de vorm van een steeds genereuzere liefde.”

 Tot slot vraag ik Renilde of zij denkt dat deze manier van werken ook een bijdrage kan zijn aan een dieper interreligieus begrip en in die zin aan vrede.

 “Het visioen van liefde is ook dat van vrede. Als mensen dit traject volgen, komen ze uiteindelijk op hun eigen grond te staan, zich goed bewust van wie ze zelf zijn. Dan voelen mensen zich minder bedreigd en zullen ze beter in staat zijn tot samen leven en -werken. Hoe dieper je thuis komt in je eigen traditie, hoe vrijer je wordt, ook naar anderen. En hoe meer je inziet dat er voorbij de taal een laag is waar je elkaar vindt. Daar ontstaat herkenning in plaats van vijandigheid. En ik hoop dat de levenbeschouwelijke plurailteit dan een middel wordt om te leren zien dat er in verschillende tradities iets gelijkaardigs is. Vrede begint uiteindelijk met het bestrijden van de vijanden in jezelf, en diepere vrede in jezelf brengt ook uiterlijke vrede met zich mee.”

 Het laat zich niet moeilijk raden dat ik na dit gesprek geïnspireerd, maar ook verheugd weer de terugreis kan aanvaarden.

Renilde Vos, Op zoek naar de grondmelodie. Een individueel traject voor zinzoekers,
Leuven, Uitgeverij Acco, 2014.

www.grondmelodie.be

 

De auteur Ilse Dekker  is coördinator identiteit aan het Stanislascollege in Delft en gedelegeerde van de provinciaal voor de jezuïetenscholen in Nederland. Zij ging in gesprek met Renilde Vos: over haar werk als adjunct-diensthoofd aan de Universitaire Parochie van de KU Leuven, over haar passie voor de Geestelijke Oefeningen van Ignatius van Loyola en over haar opmerkelijke, ruimere hertaling ervan in een methode die zij de boeiende titel meegaf: Op zoek naar de grondmelodie

 

Print Friendly, PDF & Email