Cardoner, tijdschrift voor ignatiaanse spiritualiteit
/ Andere Bronnen van Inspiratie / Het gezin: plaats om God te leren kennen, leerschool om te komen tot een voller leven

Het gezin: plaats om God te leren kennen, leerschool om te komen tot een voller leven

Redactie Cardoner on 26/03/2018 - 3:47 pm in Andere Bronnen van Inspiratie, Ignatiaanse spiritualiteit

door Ana Carratalá Marco

De auteur, arts en huismoeder, getuigt over de rol van de ignatiaanse spiritualiteit in haar leven – met name in haar gezin – via onder meer haar lokale GCL-groep (onderdeel van de wereldwijde Gemeenschap voor Christelijk Leven; in het Spaans Comunidad de Vida Cristiana/CVX).

Het antwoord op een uitnodiging

Ook al zijn ze érg onverwacht en uitdagend, sommige vragen moeten met “ja” beantwoord worden. Proberen gehoor te geven aan de uitnodiging om terug te kijken op ons leven en zo in de geschiedenis en de toekomst ervan de aanwezigheid van God en Jezus te ervaren, is zo een uitdaging. We kunnen daar alleen maar op ingaan met een gevoel van dankbaarheid voor zoveel goeds dat we ontvangen hebben.

Mijn bijdrage op de volgende bladzijden is de vrucht van een reflectie in dialoog met Paco, mijn man, metgezel en beste vriend met wie ik bijna driekwart van mijn leven onder verschillende of dezelfde daken geleefd heb. Maar ook geven zij weer wat ik beleefd en overwogen heb met vele reisgezellen op deze spannende reis. Ik denk hierbij aan: onze kinderen, vrienden, familie, leden van verschillende groepen waar we bij behoord hebben, collega’s van het werk en nog vele anderen. Dit draagt er alleen maar toe bij dat we nog diepere dankbaarheid voelen.

Inleiding

Net als iedereen, hebben ook wij beiden het verlangen naar volheid, een verlangen om gelukkig te worden dat al bestond voor onze gedeelde beslissing om dit vorm te geven als echtpaar en binnen een gezin. Ons gezin – en dat geldt, denk ik, voor alle gezinnen – begon zich te ontwikkelen in de schoot van onze voorouders en heeft vastere vorm gekregen dankzij ontmoetingen en gedeelde ervaringen die maakten dat wij ons geleidelijk aan hebben kunnen situeren in de wereld. Onderweg hebben we regelmatig beslissingen moeten nemen, hebben we deuren kunnen openen en moeten sluiten, terwijl we onzekere stappen namen en we wisten dat er geen weg terug was. Zonder enige twijfel hebben we fouten gemaakt, maar terugkijkend heb ik een gevoel van vrede en durf ik te zeggen dat ik geen spijt heb van mijn beslissingen (wél van de schade die ik anderen, bewust of onbewust, heb kunnen berokkenen).

Ik heb altijd de diepe overtuiging gehad dat ik het succes van mijn beslissingen niet kan toerekenen aan mijn analyses of beredeneringen. Ik geloof altijd dat het de Vader was die, door de ignatiaanse onderscheiding en zelfs op manieren die ik niet begrijp, mijn stappen geleid heeft. Zo heb ik me niet vergist bij het kiezen uit de verschillende opties die maken dat ik me nu geïntegreerd en gelukkig voel. De gesprekken op zondagochtend met Paco met een grote mok koffie, de reflecties over inspirerende teksten met een groep catechumenen en het luisterend oor van hen die mij omringen, hebben me doen beseffen dat zelfs een perfecte ignatiaanse onderscheiding geen garantie is om te komen tot de beste keuze. Een keuze die soms gemaakt moet worden binnen een heel spectrum van mogelijkheden zonder dat een voor de hand liggende optie eruit springt. Ignatius heeft ons niet alleen geleerd “het goede” te kiezen, maar helpt ook om “goed” te leven in de lijn van de gemaakte keuze. Dit heeft niets te maken met burgerlijke zelfingenomenheid of optimisme, maar met het ontdekken van de wil van God in alle omstandigheden waar het leven ons voor plaatst, ook al is het niet wat we emotioneel of rationeel gekozen zouden hebben. James Martin zegt: “Goede beslissingen houden een onvoorwaardelijk ja in ten aanzien van zowel de positieve als negatieve aspecten die iedere keuze met zich meebrengt.”  Dat wat werkelijk volheid geeft, is niet alleen de concreet genomen beslissing, maar haar te beleven als een geschenk dat ons gegeven wordt om te bouwen aan het koninkrijk van God – door het maken van keuzes en je daar dan gelukkig bij te voelen.

Aldus, wanneer we terugblikken op ons leven om daarin de aanwezigheid van God in te ontdekken, komt de diepe dankbaarheid die in ons opborrelt niet omdat we een leven leiden overeenkomstig de hoogste morele eisen en evenmin omdat we erin geslaagd zijn ons niet te vergissen bij het nemen van beslissingen. Deze dankbaarheid komt omdat we het grote geluk gehad hebben om elke stap op onze weg te beleven als een mogelijkheid om tot volheid te komen; niet alleen in het succes en in de vreugde, maar ook in falen of pijn (aangedaan of ontvangen) of in vergissingen.

God is niet perfectie maar volheid en Hij biedt ons de mogelijkheid onze alledaagse, onbetekenende of zelfs ontspoorde levens om te vormen in levens met zin. Hierbij kunnen we ons medewerkers voelen aan het plan dat Jezus ons voorhield en waarvan we generatie na generatie gedacht hebben dat het, ondanks bijvoorbeeld historische wandaden, mogelijk is: de opbouw van zijn koninkrijk van liefde, rechtvaardigheid en vrede. Zoals Joan Chittister het zegt: “Ik geloof dat het echte wonder is dat God ons in ons leven alles geeft wat we nodig hebben om te komen tot de volheid door op een correcte wijze onze levens te leiden, hoe miserabel die ook mogen zijn.”

Het gezin: een project van liefde of de liefde als project

Het is moeilijk om te zeggen wanneer precies het verlangen opkomt naar een leven gedeeld met een ander en dat zichzelf overstijgt door liefde te creëren voor de omgeving. Zolang als ik me kan herinneren, speelde ik vadertje en moedertje, sleepte ik met kinderwagentjes, maakte ik flessen klaar of fantaseerde ik over de prins op het witte paard in de bijna perfecte wereld van onze dromen. Deze dagdromen waren de vrucht van de sociale waarden die kinderen in de jaren zestig meekregen, terwijl geprobeerd werd hen ver te houden van de sociaalpolitieke context waarin deze dromen aan hun eind werden geholpen.

Maar gelukkig verhinderden deze omstandigheden niet om, tussen spel en ervaringen door, op onderzoek te gaan naar andere mogelijkheden om tot zelfrealisatie te komen. Het was niet alleen kinderwagens en prinsen en prinsessen dat de klok sloeg; we speelden ook schooltje, doktertje, ontdekkingsreizigertje, kunstenaartje en zelfs stierenvechtertje – hoewel dat vandaag de dag zou worden beschouwd als niet politiek correct.

Het was een tijd waarin meisjes al werd gevraagd wat we wilden worden wanneer we groot waren en waarin men vertrouwde op een toekomst die beter zou zijn dan wat men had. Dit stond ons toe onze diepste verlangens en dromen duidelijk te krijgen; verlangens en dromen die op een of andere manier richting gegeven hebben aan ons leven.

Mijn hele schoolopleiding tot aan de universiteit vond plaats in katholieke scholen. Eerst de Dochters van Liefde, vervolgens de Siervas de San José en tenslotte bij de jezuïeten. Ondanks de schaduwzijden voel ik vooral dankbaarheid dat ik gedurende die hele tijd via het charisma van elke van deze religieuze ordes het bewustzijn ontvangen heb dat onze levens zin hebben, dat we geroepen zijn tot volheid en dat we rekenschap moeten geven over onze plaats en onze bijdrage in de wereld.

Toen ik nog op de lagere school zat voelde ik al duidelijk de roeping om anderen te helpen via de geneeskunde, een richting die me steeds meer zou aantrekken zowel in menselijk als wetenschappelijk opzicht. Ik had dit doel duidelijk totdat in de aanloop op mijn universitaire studie mijn ervaring met de jezuïeten me de ogen deed openen voor andere horizonten – zonder dat dat mijn verlangen om de weg van de geneeskunde in te slaan, deed verdwijnen.

Ik kan niet zeggen dat ik als kind in mijn familie en op school erg werd aangemoedigd om te dromen van grootse ondernemingen; misschien omdat ik opgroeide ver van wat de “toonaangevende persoonlijkheden” van die tijd waren. Maar toch kreeg ik op een heel eenvoudige manier mee dat God een droom had voor ieder van ons en dat het klopt dat “daar waar een droom is, daar is een weg” – zoals het Afrikaans spreekwoord het zegt. Misschien had ik het geluk de stimulans, de acceptatie en de genegenheid te ontvangen om het te proberen. Dit hielp me om mijn mogelijkheden te onderzoeken, om me rekenschap te geven van mijn beperkingen en te geloven dat ik in staat was om projecten te ondernemen. Deze projecten brachten me niet altijd daar waar ik hoopte, maar hebben me in staat gesteld om waardevolle resultaten te bereiken en dankbaar te genieten van wat ik in elke levensfase op mij pad vond.

Diepe verlangens en gedrevenheid brengen ons in beweging, maar de rede en de voorzichtigheid zijn nodig om na te gaan of de richting die zij ons suggereren  in overeenstemming is met het grote project om gelukkig te worden. Zoals Paco het zegt, mij passioneert het leven, de dingen die ik onderneem of zou willen ondernemen, de ervaringen die ik zoek of die ik heb. En inderdaad, ik ervaar het leven als passionerend – ook wanneer de dingen niet zo lopen als ik wil. Het is overigens maar al te duidelijk dat ik hierbij vaak de mist ingegaan ben.

De heilige Ignatius nodigt ons uit om God te vragen “wat ik wil en verlang”. Onze verlangens voorleggen aan God helpt ons om onderscheid te maken tussen willekeurige of lichtzinnige verlangens en die verlangens die passen bij ons wezen en die bijdragen aan ons project van een leven met zin.

De ontmoeting met de ander ontsnapt niet aan deze dynamiek; onze relatie met anderen laat ons niet onverschillig maar maakt verschillende emoties in ons los. Emoties die ons kunnen voeren tot zowel afwijzing van de ander als de wil om heel ons bestaan met deze persoon te verweven en samen een project van gedeeld geluk te ondernemen. Het is duidelijk dat wanneer we iemand tegenkomen die onze hartslag doet versnellen, we dat niet zo analytisch bekijken als hierboven beschreven. Misschien willen we alleen maar meer tijd met hem of haar doorbrengen, wat meer diepgaand contact hebben met deze persoon of genieten van elkaars gezelschap.

Ik ontmoette Paco op een moment waarop we allebei bezig waren onze dromen en de wegen om deze te verwerkelijken te concretiseren. Allebei hadden we ons doel in persoonlijk en professioneel opzicht al behoorlijk stevig op de rails: hij in de agronomie en ik in de geneeskunde. De GCL-groepen waar we lid van waren in het college van de jezuïeten hielpen ons veel. Toen alles duidelijk was geworden, voelden we beiden het verlangen – of de roeping via dat verlangen – om samen te blijven en onze projecten aan elkaar te koppelen. Dit was een beetje ingewikkeld omdat onze professionele ambities en onze opleidingen met zich meebrachten dat we zeven jaar gescheiden zouden zijn. We spreken dan over de tijd zonder Skype, mobiele telefoon of Whatsapp waarin telefoongesprekken vanuit de telefooncel en lange brieven geschreven op zondagmiddag tijdens de lange periodes tussen de vakanties, de middelen waren om ons leven met elkaar te delen en vaak ook te definiëren.

Onze relatie als koppel, onze liefde voor elkaar verdiepte zich tegelijkertijd met een groeiende duidelijkheid over hoe we deze vorm wilden geven. Door lid te zijn van groepen van ignatiaanse spiritualiteit hadden we de gelegenheid om na te denken, gezamenlijk of alleen, over alles wat we deden of wat we wilden doen. Het universitaire milieu, waarin de rede zich vaak voordeed als het middel waaraan we zekerheid konden ontlenen wanneer we nadachten over de toekomst, stond ons vaak niet toe geduld te hebben en om de zaken op hun beloop te laten. Naïviteit of hoogmoed? Misschien was het een mengeling van beide die eigen is aan de jeugd waarin we ons tot alles in staat achten.

Gelukkig realiseer je je gewoonlijk vroeger dan later dat je geen baas bent over je toekomst. Moeilijke en gelukkige ervaringen, onverwachte ontmoetingen en de ontdekking dat de wereld veel groter is dan de kringen waarin je bent opgegroeid en waarin je je veilig voelde, laten maar al te duidelijk zien dat het allemaal niet zo eenvoudig is als het lijkt. Onder andere het onverwachte overlijden van een vader, het direct en persoonlijk contact met personen aan de rand van de samenleving – van wie we wisten dat Jezus bij voorkeur met hen omging –, de verantwoordelijkheid om het zelf te redden en verplichtingen tegenover mensen die van jou afhankelijk zijn, kunnen de steunpilaren van je bestaan behoorlijk aan het wankelen brengen. Maar ook onverwacht mooie belevenissen maken dat je leven een onverwachte wending kan nemen. Ik denk hierbij aan de gelukkige samenwerking met en voor anderen, je leven op een dieper niveau delen met vrienden of de ontdekking van de adel van geest  van personen waar je eigenlijk nooit bijzonder in geïnteresseerd was.

Iets wat we van jongs af aan leerden was om momenten van rust te creëren om na te denken over de betekenis van de gebeurtenissen en om ons leven bij te sturen – rekening houdend met de blik van Jezus. Ik benaderde die momenten met de min of meer expliciete verwachting dat wat ik al besloten had bevestigd zou worden. Ik moet bekennen dat ik niet erg open stond voor de mogelijkheid om de controle over mijn leven en mijn toekomst op te geven en me vol vertrouwen te laten leiden door God. Ik herinner me de verrassing toen ik voor het eerst hoorde van de ignatiaanse onverschilligheid. Ik was bijna verontwaardigd toen ik van onze dierbare Pepe Olmos hoorde dat mijn plannen om arts te worden en te trouwen met Paco misschien wel helemaal niet zo absoluut waren als ik dacht. Destijds begreep ik er niets van en ik weet dat ik nog veel moet leren over de vrijheid die de ignatiaanse onverschilligheid geeft. Maar ik weet ook dat ik mijn meest gelukkige beslissingen genomen heb terwijl ik probeerde gehoor te geven aan de uitnodiging tot onverschilligheid van Ignatius. Een onverschilligheid die dicht staat bij “mij geschiede volgens uw woord” (Lc 1,38) en die niet leidt tot onderwerping maar tot vrijheid.

Misschien is het omdat er veel tijd lag tussen onze eerste ontmoeting en het moment waarop we ons huwelijk konden vieren dat we het geluk hadden om een rustig proces van onderscheiding te kunnen doormaken en vrij en bewust de beslissing konden nemen om te gaan trouwen. Bovendien hadden we het geluk dat we niet alleen stonden in dit proces. De GCL-groepen, de Comunidades Cristianas Populares, vrienden en familie en andere lieve mensen hielpen ons om onze verlangens te interpreteren en ons te begeleiden op onze weg naar het gedeelde geluk. Twee projecten werden nu één, een tocht waarop we hindernissen, kruispunten, witte vlekken op de kaart en wegomleidingen zouden tegenkomen, maar waarvan het passionerend was deze gezamenlijk af te leggen in de wetenschap dat we bij elke stap samen zouden zijn.

Gezamenlijk project

De beslissing om te trouwen, om onze relatie om te zetten in een sacrament, bracht ons ertoe onze verwachtingen om te vormen tot een project dat we deelden met christelijke groepen waar we destijds beiden lid van waren. Ik herinner me als een moment van verlichting de schijnbaar tegenstrijdige antwoorden die beide groepen ons gaven. De groep van Paco, die bestond uit een aantal academici geïnspireerd door de ignatiaanse spiritualiteit in een pastoraal centrum van de jezuïeten in Valencia, maakte ons duidelijk dat er nog aspecten waren die geconcretiseerd moesten worden. Wij zagen toen in, met hen, dat er inderdaad lacunes waren die we niet konden of wilden definiëren, waar wij ons niet aan durfden te wagen. Enige dagen later stelden we dezelfde vraag aan de groep van Comunidades Cristianas Populares waar ik lid van was en waar Paco zich bij aansloot toen hij terugkwam naar Alicante. Zij waren erg verbaasd over hoezeer we duidelijk hadden wat we wilden met ons leven en zij drongen er bij ons op aan dat wij ons ook zouden laten verrassen door wat God nog voor ons in petto had. Ondanks de schijnbare tegenstelling zijn beide uitspraken van toepassing op ons leven. Of het nu een deugd is of een tekortkoming, we hebben in ons leven doelen nodig en wegen om er te geraken – om te voorkomen dat we verdwalen. Maar steeds opnieuw maken we mee hoe het uitgestippelde traject een onverwachte bocht maakt en hoe we uitkomen op een plek die we niet hadden voorzien – en dit maakt ons weer dankbaar tegenover God die ons draagt.

Onze vrienden van de Comunidades Populares wezen ons er al op dat onder de dingen die we voorzien hadden voor ons levensproject, het verlangen om kinderen te krijgen niet voorkwam. Misschien was dat omdat wij de eersten waren van onze vriendengroep die gingen trouwen en omdat we niet gewend waren omringd te zijn door kinderen – hoewel we eigenlijk altijd kinderen hebben willen hebben.

Toch duurde het niet lang voordat op een heel natuurlijke manier het grote verlangen naar kinderen in ons opkwam; wel duurde het enige tijd voordat ze kwamen – nog een voorbeeld van hoe onze plannen de ene kant opgingen en het leven de andere kant. Eerst bracht Carlos en twee jaar later Ana zowel geluk als een gezegende chaos in ons leven. Het is niet moeilijk om te begrijpen hoe in die tijd onze planning keer op keer in het honderd liep en hoe je niet alleen in de liefde en tederheid voor je kinderen God kunt ontdekken.

Korte tijd later verlangden we om ons gezin verder uit te breiden en gelukkig hadden we de tijd om te onderscheiden, om onze levens door te nemen en om onze verplichtingen met betrekking tot ons werk – een fundamenteel onderdeel van ons levensproject – op een rij te zetten. Een puur rationele afweging deed de balans doorslaan naar de negatieve kant, maar we lieten ons leiden door een ogenschijnlijk irrationeel verlangen en we kregen Carmen. Zij was een nieuw geschenk en voor ons een bewijs te meer dat we in ons verlangen de stem van God kunnen horen.

Zoals voor zoveel vaders en moeders hebben we in onze kinderen het grootse cadeau gekregen – een reden tot dankbaarheid en geluk. Ondanks de zorgen die het hebben van kinderen van elke leeftijd met zich meebrengt, stellen zij ons in staat intensief van het leven te genieten namelijk door hen steeds beter te leren kennen en de wereld te ontdekken door hun ogen. Volgens Albert Nolan is dit een van de redenen waarom Jezus kinderen uitkoos als model van nederigheid en vertrouwen, maar ook om te leren van hun verbazing en vrolijkheid.

Voor ons allemaal is het gezin in de afgelopen vijfentwintig jaar een ervaring geweest van gemeenschap en wel in de meest brede zin van het woord. Het is meer dan het delen van een woonplaats in de tijd en de ruimte. Het is een ervaring die je beleeft van dag tot dag, die de routine overwint door ontmoetingen die onze levens zin geven, die ons helpen het leven beter te begrijpen, het leven te omarmen en elkaar erin te steunen. Er zijn momenten de het alledaags speciaal maken en die gebeurtenissen, op zich tijdsgebonden, doen verwijzen naar eeuwige waarden en die ons spreken van die andere realiteit die wij God noemen. Leonardo Boff laat ons zien hoe het alledaagse vol is van sacramenten, “tekenen die een andere realiteit omvatten, laten zien, in herinnering brengen, visualiseren en communiceren; een realiteit die ánders is dan onze levens, maar er wel in aanwezig is.” In ons leven als familie hebben we geprobeerd, min of meer spontaan, om bewust stil te staan bij deze momenten die een betekenis hebben die uitstijgt boven het waarneembare. Het gaat om momenten die ons Leven gegeven hebben: maaltijden in de keuken met het hele gezin waar we spraken over school, familie, vrienden, werk, mode, zwarte gaten, politiek… Verjaardagen die ons jaar na jaar het wonder van het leven in herinnering brachten. Zomeravonden op het terras, plannen makend, problemen relativerend of kijkend naar de sterren en de lichtjes van de stad. Op de bank, terwijl we rondom een paar kaarsen nadachten over bijzondere feesten zoals Kerstmis, de eerste communie of het vormsel. Wandelingen over het strand waarbij we onze gedachten met elkaar deelden. Tochten in de auto, waarbij de tijd gedood werd met spelletjes, interessante gesprekken of een stevige ruzie over wie bij het raampje mocht zitten of over de muziek op de autoradio.

We hadden veel van dit soort momenten en hun specifieke context maakt dat zij niet herhaald kunnen worden. Maar zij maken blijvend deel uit van onze geschiedenis en stellen ons in staat om in het heden te leven. Onze geschiedenis die tot stand kwam binnen een kader van genegenheid en tijdens ontmoetingen waarin we iedereen accepteerden zoals deze was en hem of haar hielpen te worden zoals God dit bedoelde. Dit alles gebeurde vanuit een houding van nederigheid, rekening houdend met vriendschappelijke gevoelens die ons kunnen verblinden of kunnen verhinderen onszelf of onze projecten te zien zonder de noodzakelijke helderheid. Een dergelijke sfeer binnen het gezin komt niet alleen tot stand door genegenheid, maar ook door communicatie, door vertrouwen, door deel te hebben aan het leven van anderen in goede en kwade tijden en vooral door te genieten van het geschenk van het gedeelde leven. De projecten van die of gene, zijn of haar passies of activiteiten zijn ook een gedeeld geschenk want het zich openstellen voor het leven van iedereen opent nieuwe horizonten. Zo leer je ook inzien hoe waardevol diversiteit is, niet alleen wat betreft onze talenten, maar ook hoe verschillende moeilijkheden ons confronteren met verschillende uitdagingen of, anders gezegd, mogelijkheden. Ik vind veel vervulling in het meebeleven van de projecten van Paco, Carlos, Ana of Carmen, maar ook in mijn werk met minder validen. Dat laatste is een belangrijk deel van mijn leven en geeft er betekenis aan, net zoals het deel uitmaakt van ons gezinsleven en dat verrijkt. Ondanks dat het niet altijd makkelijk is om het een met het ander te combineren, voel ik me gesteund en begeleid door mijn gezin.

Het is niet makkelijk om de deur open te zetten, te helpen om oog te krijgen voor nieuwe horizonten en om uiteindelijk het wegvliegen te stimuleren – waarbij het nest steeds leger raakt… Maar we proberen om lief te hebben in vrijheid, ons te ontdoen van gehechtheden zoals Jezus ons leerde met een liefde die ons sterker maakt en ons een identiteit geeft, maar die ons ook doet uitstijgen boven de relatie met de partner, boven ons gezin. Het gezin mag geen gouden kooi zijn waarin we ons comfortabel nestelen en die ons doet vervreemden van de werkelijkheid, maar dient een plek te zijn van ontmoeting en van groei die ons helpt onze missie in dit leven te ontdekken.

Wij beschouwen ons gezin niet als een veilig afgebakende ruimte die zijn leden beschermt en vreemden uitsluit. Wij zien haar als een leerschool van liefde en solidariteit, waarbij Maria en Jozef ons een goed voorbeeld geven. De structuur van het gezin ondergaat grote veranderingen en velen zijn hierdoor gealarmeerd omdat dit het verlies van traditionele waarden kan inhouden. We zijn geneigd om deze veranderingen toe te schrijven aan de afgelopen decennia, maar laten we niet vergeten dat Jezus, die opgroeide in een modelgezin, de eerste was die brak met de traditionele familiestructuur (Lc 8,21). Je zou kunnen zeggen dat wat een gezin definieert steeds minder eenduidig wordt, maar meer dan een verlies aan waarden kan dit ook hoop inhouden voor mensen die uitgesloten zijn en die zo hun plek kunnen vinden zonder dat er sprake is van bloedverwantschap. Misschien kunnen we spreken van een uitnodiging om afbakeningen af te breken niet alleen om aan sommigen toe te staan om weg te vliegen, maar ook om mensen toe te laten en zo onze levens te delen en wederzijds te verrijken. Het gezin wordt gevormd door hen die we beschouwen als lid van ons gezin.

(Meer dan) vijfentwintig jaar later: de belangrijkste ervaringen

Wij kozen voor een sacramenteel huwelijk om zo onze band te verstevigen, waarbij we ons er echter van bewust waren dat dit een continu proces is. Cruciaal hierbij zijn voor ons geweest: de dialoog, het volle vertrouwen in elkaar, oprechtheid ook al kon die pijn doen, verdieping van de realiteit en uitstijgen boven de alledaagsheid samen met het zoeken naar speciale momenten. Zo zijn de meer dan vijfentwintig jaar dat we getrouwd zijn een weg geworden die niet aan nieuwheid verloren heeft en waarvan we nog steeds denken dat deze voor ons de meest aantrekkelijke en samenhangende manier is om onze roeping te beleven. In de loop van de tijd leren we om inzicht te krijgen in de dynamiek van het samenleven, om er een plaats van vrijheid van te maken en die zaken te identificeren die aan de basis ervan liggen.

Toen we trouwden kozen we een verhaal van Tony de Mello voor op de uitnodigingen. Het ging om de vertelling waarin een koppel vroeg aan een meester wat ze moesten doen zodat hun liefde zou voortduren. Het antwoord van de meester was: “Houdt samen van andere dingen.”

Tijdens ons huwelijk hebben we de gelegenheid gehad, min of meer bewust, om dit verhaal te realiseren. Samen houden van onze kinderen en van de zaken waar zij van houden heeft onze eenheid versterkt, de liefde tussen ons doen toenemen en ook de noodzaak om naar buiten te gaan.

De leer van de meester heeft ons ertoe geleid om als echtpaar en als gezin verder te kijken dan de muren van ons huis.

Binnen ons huwelijk hebben we geleerd om het project van de ander te omarmen; een project dat al begon voordat we elkaar leerden kennen en dat zich verder ontwikkeld heeft dankzij de inbreng en de steun van de ander. Het project van de een is tegelijkertijd dat van beiden, waarbij we ons rekenschap geven van hoe belangrijk het respect voor de ander is. Binnen deze projecten krijgt het werk, de carrière een belangrijk gewicht als de manier waarop een ieder kan bijdragen aan een meer rechtvaardige en meer humane wereld. De mogelijkheden om zich persoonlijk te verwerkelijken beperken zich echter niet tot het werk, maar omvatten ook betrokkenheid op andere vlakken. Het leven van een ieder heeft zich verrijkt met het respect voor de ander.

Het verhaal van Tony de Mello is ook in vervulling gegaan door samen projecten, activiteiten of hobby’s te ondernemen. Dit heeft ons uit onze schulp doen kruipen en, hoewel het soms lastig was, onze levens enorm verrijkt.  Wanneer het ons gelukt is, dan is dat zeker ook geweest omdat we het geluk hebben te kunnen rekenen op familie en vrienden die, behalve dat zij ons hun genegenheid geven, ook referentiepunten en steun zijn om onze levens op te bouwen.

“Dat wat bijdraagt aan een goede vriendschap draagt ook bij aan een goede relatie met God.” Ik citeer deze zin uit Het jezuïetenantwoord op (bijna) alle vragen van James Martin S.J. om aan te geven wat vriendschap voor ons betekent. Zij nemen een belangrijke plaats in ons gevoelsleven en dus in wat ons gelukkig maakt. We brengen graag samen tijd door om te praten, belangrijke momenten te delen, te lachen, te genieten van ons leven. We weten dat we op elkaar gesteld zijn en dat, zelfs wanneer we elkaar lange tijd niet gezien hebben, we op elkaar kunnen rekenen. Deze manier van vriendschapsbeleving brengt ons dichter bij God omdat zij ons doet begrijpen hoe onze relatie met Hem kan zijn. Maar ook helpt zij ons om momenten te vinden waarin, geholpen door de ignatiaanse spiritualiteit, we ons rekenschap kunnen geven van waar we staan in ons leven, dankbaar te zijn voor wat we ontvangen, onze tekortkomingen te identificeren en er spijt over te voelen – terwijl we weten vergeven te zijn en hoopvol onze toekomst kunnen uitstippelen. Deze begeleiding, die veronderstelt dat je je hart opent en luistert naar anderen om je leven te interpreteren, was speciaal belangrijk op scharniermomenten in ons leven als koppel en gezin – momenten waarop we de tijd genomen hebben om onze projecten bij te sturen vanuit het geloof. Ik denk hier speciaal aan de bijeenkomsten die we REM noemen en die we vijfentwintig jaar geleden begonnen met andere koppels in verband met de viering van het 25 jarig huwelijksfeest en waarmee we doorgaan omdat ze ons tot zeer grote steun zijn.

Het geloof is de laatste sleutel die ik wil noemen als van wezenlijk belang – vanaf het allereerste begin – in ons leven als koppel en gezin. Het geloof was niet alleen een referentiepunt bij het nemen van beslissingen, maar ook omdat het ons geleerd heeft te leven vanuit een dimensie waardoor alles anders wordt. Zich onvoorwaardelijk geliefd weten door God, zowel in gelukkige momenten als in de droevige, helpt ons om onze liefde te begrijpen. Verder helpt het geloof ons om God te zien in de ander en om zijn liefde te begrijpen door de liefde van de ander. Dit geloof hebben we ontvangen van anderen; het heeft zich kunnen voeden door personen en groepen, gebed, gedeelde ervaringen, lectuur en reflectie. Wij hebben het ontvangen als geschenk en proberen het als zodanig door te geven. Het gaat om een zaadje dat je plant binnen je gezin, in een catechese groep of in een ander context en waarvan je niet weet wat eruit zal groeien. Het komt ons niet toe te voorspellen wat de vruchten zullen zijn. Het past om slechts erop te vertrouwen dat God weet hoe het op de beste manier zal opgroeien.

Wij vonden dat onze droom meer dan vervuld was toen een van onze kinderen bij het lezen van deze pagina’s zei:

Wanneer ik lees dat jullie opvatting van God jullie heeft toegestaan het leven te leven zoals jullie vertellen, dan ben ik blij dat ik eerste communie gedaan heb en gevormd ben, zodat, de mogelijke metafysische verschillen die er tussen ons zijn overbruggend, het christendom dat ik van jullie meegekregen heb, een duidelijk referentiepunt is en mijn ethisch en moreel model.

De tijd verstrijkt en het leven verandert en we proberen ons leven op de best mogelijke manier te oriënteren, maar we weten dat we het alleen ten volle kunnen leven wanneer we erop gericht zijn vrij “ja” te zeggen op wat God met ons voor heeft – vanuit het verlangen, vanuit de hoop en vanuit het geloof. Zoals Joan Chittister het zegt: “De God waarin wij op een dag besloten te geloven is Hij die de rest van ons leven voor ons bepaalt.” Laten we erop vertrouwen dat dit zo zal zijn.

uit: Manresa, vol. 88 – n. 347 (2016)
vertaling: Wiggert Molenaar S.J.

De auteur van dit artikel is arts en directeur van het Centro San Rafael bij Alicante waar al dertig jaar geestelijk of lichamelijk minder validen voltijds of deeltijds samenleven met hun begeleiders.

Print Friendly, PDF & Email