Cardoner, tijdschrift voor ignatiaanse spiritualiteit
/ Andere Bronnen van Inspiratie / Bidden met kunst

Bidden met kunst

Redactie Cardoner on 14/12/2015 - 7:34 pm in Andere Bronnen van Inspiratie

door Walter Fabri S.J.

Je kunt niet alleen met een Bijbeltekst bidden, maar ook met een schilderij, beeldhouwwerk of ander kunstwerk. Een museum is een plaats waar je tot gebed kunt komen. Walter Fabri is stafmedewerker van de Oude Abdij van Drongen.

Bidden met een Bijbeltekst

Je wenst te bidden. Je bepaalt waar, wanneer, hoelang je gaat bidden. Je stemt je af op Degene die je wenst te ontmoeten in het gebed. Je neemt de goede houding aan. Al je fysieke en mentale mogelijkheden worden aangesproken om je te concentreren op je gesprek met de Heer, je zwijgen, je luisteren, je gebed. Wat je afleidt zal je weren.

Je hebt vooraf je tekst bepaald. Die wordt eerst enkele keren gelezen. En nog eens. Liefst hardop. Tijdens dat lezen worden accenten gelegd. Woorden krijgen de nadruk. Andere geraken op de achtergrond. De woorden worden stapstenen om bij Onze Heer te geraken. Ze wijzen de weg, verhelderen wie Hij wel is, zien Jezus bezig.

We blijven stilstaan bij woorden om ze te smaken, innerlijk te proeven. Woorden zijn zelf uitnodigingen om verder in die verheldering door te dringen: het ene woord brengt het andere inzicht met zich mee. De bidder nadert zijn Heer. Beter gezegd: de Heer komt door woorden en beelden nader tot de bidder. De woorden en de omstandigheden waarin ze werden uitgesproken helpen om het contact tussen God en de bidder mogelijk te maken. Vanuit de Bijbeltekst ontstaan beelden: Jezus met zijn leerlingen, de personen die in een evangeliefragment voorkomen; historische figuren die in het Eerste Testament vernoemd worden. Wie de Geestelijke Oefeningen deed herkent de suggesties van Ignatius.

Al wat ons omringt

Woorden, Bijbelse tekstfragmenten zijn niet de enige bron van “beeldvorming”. Al wat ons omringt kan in feite uitgangspunt zijn, “beeld” dat tot gebed kan brengen. Een krant kan gebedsbeelden bieden: hemeltergende uitroepen van ellende, het kloppen aan de poort van wie hulp nodig heeft; vertroostende beelden ook: jongeren die kinderen huiswerkhulp geven; verpleegkundigen op buitenlandse missie. Publicaties, boeken, tijdschriften kunnen uitgangspunten zijn om tot stilte, luisteren, om tot gesprek, om tot bidden te komen.

De natuur is een onuitputtelijke schatkamer van gebedsaanleiding: is er een plaats die meer uitnodigt om het mysterie van ons eigen bestaan aan te voelen?  Een nachtelijke sterrenhemel beschouwen volstaat. Het aandachtig gadeslaan van de vordering der seizoenen is een telkens weerkerende bron van verwondering, van deelname aan het leven. Van dank ook om het grote organische geheel waarin we als mens mogen leven.

Bidden met kunst

Wat voor het bidden met een Bijbeltekst geldt, geldt ook voor het bidden met kunst. Wens je wel te bidden? Wens je naar aanleiding van beelden, van klanken bij Onze Heer te verwijlen, nader tot Hem te komen? Weet dat het kan. Zoals je een Bijbeltekst eerst gaat uitkiezen, zo ga je selectief je kunstwerk kiezen. Makkelijkheidshalve ga je dan in de zogenaamde religieuze kunstvormen zoeken: voorstellingen van evangeliefragmenten, Jezus in actie te midden van leerlingen en luisteraars, Bijbelse taferelen waarin voorlopers in het geloven voorkomen. Dit is mogelijk, maar niet begrenzend. We bedoelen dat zogenaamde abstracte werken eveneens tot gebed kunnen bijdragen. Verderop volgen voorbeelden.

P1010526

 

Bidden in een museum?

Wat voor het bidden met een Bijbeltekst geldt, geldt ook voor het bidden in een museum. Je wenst te bidden? Wens je naar aanleiding van de “beelden” die je zult zien, bij Onze Heer te verwijlen, nader tot Hem te komen?

Je gaat je gebedsplek in een museum uitkiezen. Doorloop bij aankomst het geheel van de zalen. Het ene werk zal je meer aanspreken dan het andere; het ene is rijker van taal dan het andere. Maak je keuze. Beslis: met dit werk ga ik in gebed.

Neem ervoor plaats; is er een bank in de zaal, gebruik de bank; heb je een krukje bij je, gebruik het om je een eerbiedige houding te geven en tegelijk een houding waarin je een tijd kan vertoeven. Je kan ook gewoon op de museumvloer plaatsnemen. Zodra je beslist hebt dit beeld, dit schilderij in je gebed op te nemen, breng je je aandacht samen op dit werk. Laat je zo weinig mogelijk afleiden door andere bezoekers, door andere voorwerpen in de zaal. Neem eerst de tijd om globaal te kijken: Wat zie ik? Wat is het onderwerp? Wie, wat staat hier afgebeeld? Is het een portret, een landschap? Staan er personen, dieren, andere voorwerpen op? Wie of wat staat centraal in het werk? Wat gebeurt er? Is er actie? Wat zegt het werk mij? Kan het mij helpen om tot een gesprek met mijn Heer te komen? Zie ik mogelijke verwijzingen, of juist niet, naar het leven van Jezus?

“Door het holletje van je vinger”

Mijn moeder zei altijd: “Jongen, om iets goed te kunnen zien moet je kijken door het holletje van je vinger.” Ze had gelijk. Als je door het holletje van je vinger kijkt, breng je al je aandacht op weinig samen. Je concentreert je mogelijkheden van waarneming op een kleine oppervlakte. Daardoor stel je jezelf in staat om meer te zien in minder. Zo zullen details je opvallen, zal je aandacht gewekt worden door iets dat je vroeger ontsnapte.

Een schilderij, een beeld, een beeldengroep kan je op dezelfde manier benaderen als een Bijbelfragment. Meteen een voorbeeld: ga even mee naar het Museum voor Schone Kunsten in het Citadelpark in Gent. In de ronde bovengang staat het beeld van Constantin Meunier De verloren zoon. Het is een in brons gegoten werk: een zittende vader en de zoon die tegen hem aanleunt. Bijna levensgroot. Je kan het van drie zijden bekijken. Een eerste kijksleutel om met een dergelijk werk te bidden is: tijd geven. Geef ruim je tijd. Bekijk het werk vanuit verschillende standpunten. Hoog, laag, links, rechts, ver, nabij. Ga erbij zitten. Dra zal je allerhande opvallen. Eerst de houding van beiden. De vader zit. Dit geeft hem een rustige waardigheid. Hij heeft het hoofd van de zoon in zijn dragende handen gevat. Het hoofd van de zoon leidt naar de ogen van de vader: liefdevolle ogen, doordrongen van verdriet. Zijn gezicht is naar de zoon toe gekeerd, nabij. De zoon zelf ligt als het ware in de armen van zijn vader. Zijn rechterarm op diens schouder als steun. Helemaal, zonder vrees zich gevend aan diens ontvangende uitnodiging. Aan de kleding van de jongen is te zien dat hij geleden heeft, armoede heeft gekend, in miserie is beland. Wie de beeldgroep van Meunier bekijkt verstaat veel beter de overvloed waarmee de vader zijn zoon overladen zal: nieuw kleed, ring aan de vinger, sandalen aan de voeten; hij verstaat het feest dat zal volgen. Het gelaat van de vader zegt waarom: het verraadt geen verwijt, niet het minste. Het bange wachten is voorbij. Het gelaat spreekt van eenheid, van liefde, van het toewensen van leven.

Hoe kan het gebed verder verlopen? Je kan in de huid van beide mannen kruipen: Wat voelt de vader? Wat zegt hij zijn zoon? Hoe ziet hij de toekomst? Leef je in in de zoon. Wat ging er in hem om voor zijn vertrek bij de varkenshoeder? Wat voelde hij tijdens de tocht? Wat overkomt hem nu zijn vader hem op deze wijze ontvangt? Wat zegt of stamelt hij?

Figuratief, abstract?

Is alleen figuratief werk bruikbaar in het gebed? Nee, zeker niet. Abstracte schilders, abstracte beeldhouwers kunnen ons verwijzen naar onze Heer. Enkele voorbeelden. In Tate Modern London staat in een van de zalen een bronzen lat op een metalen grondplaat gelast. Als je goed toekijkt, zie je dat deze lat aan de zijkanten in-drukken heeft, als had een smid er met zijn duim in geknepen. Hierbij kan je jezelf afvragen: laat ik mij door onze Heer boetseren, of zeg ik: “Nee, mij raakt U niet aan! Ik ben van metaal.” De wens kan geuit worden: “Vorm mij, boetseer mij.”

Enkele jaren geleden stelde Antony Caro werk tentoon op de weide van Middelheim in Antwerpen. Hij legde zware, hel beschilderde, metalen H-, L- en I-profielen op het grasveld. Een bezoeker die daar rondwandelde, zal zich verwonderd afgevraagd hebben wat toch de reden kon zijn van deze opstelling. Eenmaal buiten draagt hij de herinnering mee. Op een andere plek is videowerk te zien. Een grote linde staat in beeld met op de achtergrond in de verte een huis. Ogenschijnlijk gebeurt er niets, tot je oog ontdekt hoe de buitenste blaadjes zachtjes wuiven in de wind. Je gaat verder. Je ziet werk van Bill Viola: vijf figuren, vier mannen en een vrouw, kijken naar iets, iemand, die verder niet kan worden gezien. Allerhande gevoelens staan op hun gelaat te lezen: droefheid, verwondering, pijn, afwijzing, medelijden. Je komt in een andere zaal en daar hangt een bijna muurgroot schilderij van Barnett Newman. Het is een groot rood vlak begrensd aan de rechterzijde door een donkere paarse streep. In het begin ergert het werk. Egaal rood, groot en monotoon. Na een tijd komen de associaties: rood, bloed, liefde, strijd, geest. Een afgebakend domein, strijdtoneel. Zou dit mijn leven zijn? Sta ik er alleen voor in die strijd? Na een tijd van kijken valt de zijlijn op, de paarse streep. Staat er Iemand aan de zijlijn? Ben ik dan toch niet alleen? Mogelijk ontstaat vanuit deze ontdekking een gesprek. Een dergelijk werk kan een zekerheid meegeven: ik ben niet alleen in het leven, ik sta er niet alleen voor. Altijd is er Iemand die aan de zijlijn staat, die me steunt, waar ik ook ben of ooit vertoef.

Verder dan het museum

Na het museumbezoek ga je naar huis. In het station valt je oog op de profielen die het glazen dak ondersteunen: Caro in je eigen stad. Je ziet de wachtende mensen op het volgende perron. Hoe kijken zij, waarmee zijn zij bezig, wat geeft hun zorgen, maakt hen droef of verheugt hen? De bomen buiten bewegen in de nauwelijks aanwezige wind. Je oog valt op een rolstoelgebruiker die het moeilijk heeft om een voetpad op te rijden. Vreemdelingen met luttele bagage schuiven onhoorbaar voorbij. Je ziet hen. Ze raken je.

Gebed in het museum kan je aandacht aanscherpen. Het helpt je kijken, het oefent nabijheid, betrokkenheid. Het brengt het andere, de ander, de Andere in je leefwereld, in je dagelijkse doen. Er groeit verbondenheid, er komt openheid. Het eigen kringetje wordt doorbroken.

Print Friendly, PDF & Email